Op zondagochtend gaat om half negen de telefoon. Dochter. Boos. Verdrietig. Achtste fiets gestolen. Zwoegend op de trappers van het rijwiel van haar huisgenote rijdt ze al bellend naar haar studentenbaantje in een evenementenfabriek. Om vandaag genoeg te verdienen zodat ze weer een andere fiets kan kopen. Haar vertrouwen in de medemens is tot ver onder het nulpunt gedaald. Ik hou mijn hart vast over haar acte de prĂ©sence naar de blije kinderen die deze morgen hun verjaardag bij haar komen vieren. Alhoewel, dat zal nog wel gaan. Zwaarder krijgen de verwende kooters uit 't Gooi het bij de angry dochter, -die kinderen die alles gewoon maar hebben, zich niet druk hoeven maken over gestolen fietsen, die met de bolides van paps of mams gebracht en gehaald worden, die elke zondagochtend op de kartbaan zitten en geld toekrijgen om zichzelf te kunnen trakteren op frites, cola, hamburger, ijs. En de dochter zal het ze serveren, reken maar van yes.

Zelf reed ik deze week op een slaperige ochtend de stad A. uit, achterin de 350 naar L. Het is soms heerlijk om niet zelf verantwoordelijk te zijn voor je weggedrag. Ok, het duurt drie kwartier langer voordat je er bent, maar de geneugten van internet en wegsoezen onderweg wegen daar op gezette tijden ruimschoots tegen op. Het is vooral een kwestie van eerder uit bed, man mobiliseren die je met koffie en vers sapje naar de bus brengt en minimale bagage mee zodat je niet teveel moet sjouwen als je de half uur durende wandeling vanaf het station naar je bestemming onderneemt. Een laptop en een lippenstiftje, dat moet eigenlijk volstaan.

Mijn geluksgevoel in de bus was echter van korte duur. Ik moest me even de ogen uitwrijven en nog een keer achterom kijken om inderdaad te constateren dat de sijzen op de brug niet meer blonken in het voorjaarszonnetje. Waar ik eerder aan de poort van de stad verwelkomd werd door een kunstwerk van grote cirkels met blinkende twiereliers die onverschrokken alle kanten van de toegang bewaakten, zag ik nu alleen nog maar staal. Vastgeklonken vogels. Verenigd met hetzelfde koude ijzer als waar de wielen van vervaardigd waren. Weg was het gevoel van vrolijkheid en vrijheid. De samenleving in A. heeft haar ondergrens gevonden in de sombere vogels, die de vrijpostige, parmantige haantjes op de brug hebben vervangen.

Al eerder was ik op mijn wandelingen naar het achterland gestuit op vormgegeven vrijmoedigheid in deze stad. Gouden torentjes sierden op de naamborden van de stad. Ook die frivoliteit kon de stad niet aan. Een voor een zag ik de plaatsnaamborden weer verschrompelen tot een bordje met een impressie van de stad in een vorige eeuw. Ook leuk hoor. Maar de vreugde over de durf van een stad die onnodige en daardoor juist zo moedige torentjes in een feestlint om de stad spant; die opgetogenheid is helemaal verdwenen.

Maar privé-leed is toch anders op de schaal van lijden. En zeker als het eerstelijns leed betreft. Die fiets had ik haar persoonlijk gebracht. Cadeautje van haar allerliefste oom uit een klein Drents gehucht. De eerste Nederlandse vouwfiets. Hij had 'm nog even voor haar stevig aan elkaar geschroefd, het voor-en achterdeel. Ze kocht er een slot voor dat meer kostte dan de aanschaf van de fiets toentertijd in Drenthe. Het is gebeurd met suf uit het raampje kijken. Ik zal opletten. Voor alle duidelijkheid. De fiets is groen. En bestaat uit twee delen. Aan elkaar geschroefd. Vastgeklonken. Inderdaad, net zoals.

Lidwien Feld

Pin It