We zitten in een spaarzaam verlichte theaterzaal en kijken naar de ruggen van de koperblazers van het symfonieorkest. De tribune is bezet door de ouders van de kinderen waar deze voorstelling voor bedoeld is. Die kinderen zitten, zonder vaders en moeders, met zijn allen in het midden van de zaal aan lange tafels, aan drie kanten omringd door de leden van het orkest. Als we tussen de tuba-speler en de trombonist doorkijken kunnen we net onze twee zoontjes zien zitten. Jaloers ben ik op de ereplaatsen die ze hebben. Ondergedompeld in het orkest, Holland Symfonia, overspoeld met de prachtigste klassieke melodieën.

Mooier dan het persbericht kan ik het zelf niet schrijven: “Om de kinderen heen voltrekt zich een spannende theatervoorstelling, waarbij ze de muziekinstrumenten bijna kunnen aanraken. Het orkest speelt romantische en meeslepende muziek van componisten als Berlioz, Moessorgski, Johan Strauss jr. en Verdi. De voorstelling gaat over eten en muziek, smaken en klankkleuren, proeven en luisteren.” De kinderen bakken tijdens de voorstelling koekjes, werkelijk waar, waarvan ze aan het eind kunnen smullen.

Nog voor het concert aanvangt komen de eerste telefoons tevoorschijn. Links en rechts lichten de beeldschermen op van ouders die deze unieke momenten van hun kinderen vast willen leggen. Maar waarom nu toch? Sinds er camera’s in telefoons zitten moet alles maar geregistreerd worden. Voor ons heft een man met zijn lange haar in een knotje in zijn nek –zo’n trendy Amsterdams-hippe vader- zijn I-phone zo hoog dat hij zijn beeldschermpje alleen nog maar met gestrekte nek en in een onmogelijke houding kan bekijken. Een mager Droste-effect, ik kijk naar zijn beeldscherm waarop ik kijk naar de voorstelling die zich voor mijn neus afspeelt.

De man met het knotje is zo druk bezig dat hij simpelweg vergeet te genieten van dit moment. Hij laat zich niet wegzakken in de zoete klanken en bedwelmende geuren van de voorstelling. Niks geen betovering, er moet een camera bediend worden! Straks komt hij thuis en zet hij de beelden misschien wel op Joeptjoep (zoals wij het noemen), of hij kijkt ze nog eens op zijn I-phone terug, het geluid van het orkest vervormd uit het kleine luidsprekertje van zijn telefoon. Misschien ziet hij dan de details van de voorstelling die hem hier en nu niet opvallen. Naast ons zit een moeder ook met haar telefoon te filmen. Rechts voor ons, links voor ons. Achter ons. We zijn blijkbaar de enigen die nog op ons werkende geheugen vertrouwen.

Zoontje T. was 5 jaar. We fietsten door de Oudorperpolder, waar de koeien met hun koppen boven de laag over de weilanden hangende mist uitstaken. Boven onze hoofden danste een zwerm spreeuwen als was het één groot diffuus lichaam. In een zwarte, sierlijk pulserende wolk draaiden en keerden de vogels in de vochtig koude avondlucht. Boven de rietkraag viel de zwarte wolk ineens naar beneden om daar de bescherming van de beplanting te zoeken. De zon ging onder, de mist lichtte bijna rood op. Van de molens waren alleen de contouren zichtbaar. Door de damp werden alle geluiden gedempt, slechts in de verte konden we het geruis van de randweg horen. Ik stapte af en we keken. “Mooi he,” zei ik tegen T. die achterop mijn fiets zat. T. keek, dacht en verzuchtte: “Ik maak een foto… in mijn hoofd”

Alle filmpjes en foto’s die nu zo vluchtig gemaakt worden zullen net zo snel weer verdwenen zijn. Die mooie telefoon gaat stuk, de geheugenkaart verloren, de harde schijf crasht. En dan heeft de mijnheer met het knotje in zijn nek niets meer. Geen foto’s, geen filmpjes, geen herinneringen. Terwijl ik dan nog lang kan genieten van het filmpje in mijn hoofd.

Paul van Schagen

Pin It