Er zit een liedje in mijn hoofd. Nou, liedje, eigenlijk een dubbel cd. En dat is knap lastig. Het duurt al een week. Ik word wakker en Kyrie Eleison zingt op mijn bed. Ik sta onder de douche en het is koud en ik ga niet meer mee. Als ik door het raam de vroege ochtendzon tegen een strakke hemel boven de achtertuin zie, dan is alles zo diep verloren blauw. En gedurende de dag vraag ik me steeds af waar de tijd gebleven is. Jeroen Zijlstra, ex visser en actueel liedjeszanger, maakt meer kapot dan ie lief is.

Een paar jaar geleden nam ik nietsvermoedend plaats in de kleine zaal van de schouwburg in A. Een liedjesprogramma, zo was me verteld in de brochure. Met een trompettist. Dan ben ik verkocht. Mijn vader had een toeter. Een bugel. Ik geloof dat ie zijn ziel in het instrument had gelegd. En zijn hoofd gebruikte om de plaatselijke fanfare tot grote hoogte te stuwen. Op hun vijfentwintigjarig huwelijksfeest zei een van de sprekers dat hij echt wel geloofde in de liefde tussen mijn ouders, maar, zo vertelde hij, ‘op de eerste plaats komt de fanfare en dan een hele, hele lange tijd niets en dan komt pas de vrouw van de voorzitter in beeld’. Waar de zeven kinderen van de voorzitter in deze rangorde een plekje kregen, vermeldt de historie niet. Ik vermoed dat wij er gewoon waren, net zoals het grote witte fornuis in de keuken, de brandkast en het cocostapijt. Onderdeel van een vanzelfsprekende omgeving in de jaren vijftig en zestig.

De klanken van het koper van Zijlstra waren hartverscheurend mooi en zijn hese hoge stem betoverde het publiek. Een zinderende zaal. Ik was tussen de fans beland, dat was duidelijk. Elke aankondiging van een volgend nummer werd met zichtbare herkenning en vreugde begroet en om mij heen zag ik naast de blijdschap ook menigeen een traantje wegpinken. Hoogtepunt van de avond was de psalm over Durgerdam. Zijn woonplaats, zijn liefde, zijn leven. En de zaal die zachtjes met het refrein meezong. Durhurgerdam, zo diep verloren blauw, waar is de tijd gebleven? Het huis en het bed, waarin ik sliep met jou, het is voorgoed verdwenen.

En nu neemt een garnalenvisser afscheid na vele jaren trouw dienstverband aan een middelbare beroepsopleiding. Wat een garnalenvisser op een ROC doet is mij en mijn collega’s nooit erg duidelijk geworden, maar dat de man een persoonlijke aanwinst was voor de school staat buiten kijf. Het afscheid gaat plaatsvinden in de restaurette (echt waar) van Lauwersoog. Ik denk na over een liedje voor hem en ik beluister de Zijlstra cd’s Ruw en Kalm. Waarop Jeroen Lauwersoog bezingt. Terug naar zijn lekke oliepak en de wereld van kerels op zee. Zo nat en zo zout.

De man in kwestie moet daar evenals de zanger ook schoon genoeg van hebben gekregen. Ondanks zijn bezieling voor de garnaal. Ook hij gebruikte zijn hoofd en werd voorzitter. Van de garnalenvissers. En nu gaat ie weg. Naar Brazilië. Zo warm en zo zoet. En tegen die tijd ben ik hopelijk die liedjes weer kwijt en kan ik verder met mijn leven.

Lidwien Feld

Pin It