Ik belandde onverwacht op een bootreisje door de stad A. Om een of andere onduidelijke redenen krijgt de man des huizes regelmatig uitnodigingen voor allerlei evenementen waarvan ik het bestaan nooit had vermoed. Zo lag er onlangs een invitatie voor een gewenste aanwezigheid bij een bel ring gebeuren op tafel. Iemand ringt met een bel om een kaasmarkt te openen en anderen , waaronder de man des huizes, staan daar achter, of op zij, en hebben, stel ik mij zo voor, de handen in de zakken en kijken daarnaar, stoppen even met hun onderonsje omdat die bel een hels geluid maakt en gaan vervolgens weer over tot de orde van de dag. Maar toen ik deze aankondiging onder ogen kreeg, was ik er meteen bij om mij aan te melden voor het boottochtje.

Niets is rustgevender dan varen met een bootje. Je gaat aan boord en je verovert een plaatsje aan dek. Je gaat nooit naar beneden waar het stinkt naar koffie die te lang op een warmhoudplaatje staat. Of snijdende koud en striemende regen geselen het lijf dusdanig dat je niet anders kan dan tussen de bejaarden plaats te nemen en de koffie- en dieselgeur te verzachten met een straf glaasje berenburg. Maar dan is het uitje eigenlijk al mislukt.

Of ,maar dat is een kleine kans, er zit nog een gestrande dek-ganger in je buurt en dat blijkt een hele leuke man te zijn. Zo eentje met van die goed getimede grappen en die de toon zet voor meerdere glaasjes berenburg. Maar die mannen kom ik weinig tegen op bootreisjes of onderwijscongressen. Die zitten of bij de pers of in de kunst. Voordeel daarvan is dat de doelgroep leuke mannen lekker overzichtelijk blijft. Het nadeel dat leuke mannen met goeie grappen bij slecht weer zelden zich vertonen in de roef van een partyschip valt daarbij in het niet.

Bij dit bootreisje leek het echter mogelijk dat het beste van twee werelden zich zouden verenigen. Ik ging aan boord met voornamelijk mannen. Een aantal gewapend met camera met telelens. En waar professioneel gefotografeerd wordt, wordt ook professioneel geschreven. Maar het leek er zelfs op dat ik het niet alleen van de journalisten zou moeten hebben, mocht het onverhoopt takkeweer gaan worden. De spreker aan boord, -het was natuurlijk weer een uitje met een doel-, bleek over uitstekende verbale kwaliteiten te beschikken en schuwde geen boude uitspraken over de aanwezigen en de omgeving.
Ik ging er eens goed voor staan. Lekker los van de man des huizes, een flauw zonnetje, lichtelijk leunend over de reling van het schip. De negenzeventig anderen waren met elkaar in gesprek. De reisleider sprak dan weer zijn bewondering en dan weer zijn afschuw uit over de bebouwing aan de rechterzijde, stuurboord, van het schip. Het interessante was, dat ook de heren die verantwoordelijk waren voor de inrichting van deze omgeving ( architecten en projectontwikkelaars), de microfoon kregen- of grepen-, en er het hunne van mochten zeggen.

Nou , als ik een ding geleerd heb van dit educatieve uitje, was het wel dat architecten ( en projectontwikkelaars) een enorm ego hebben. Ergens tussen God en de aarde bevinden zich deze mannen, die zich beleefd of onbeleefd bekvechtend de waarheid toe-eigenen met betrekking tot de juiste bebouwing, de juiste bestemming of de juiste vormgeving van de omgeving. Een beetje zelfspot kon ik niet ontdekken. Laat staan een goeie grap. En het journaille bleef onzichtbaar. Ik ben gedurende de hele tocht aan dek gebleven, twee uur lang windkracht zeven om de blote benen trotserend.

Pin It
Bekeken: 2079x