De veroorzaker van het zware ongeval op 27 juli 2019 op de Westdijk (N244) bij Zuidschermer had geen rijbewijs. De 23-jarige R. K. uit Wervershoof hoorde woensdag bij de rechtbank in Alkmaar daarom acht maanden cel tegen zich eisen, plus een rijontzegging van drie jaar.

De man bestuurde die zaterdagavond een auto met drie andere inzittenden, waaronder zijn zwangere vriendin. Volgens de politie reed de Wervershover veel te hard. Op de N244 in de buurt van Alkmaar raakte hij tweemaal een berm toen de man een flesje water wilde pakken. Daarbij verloor hij alle controle over de auto. Die raakte van de weg en reed zo'n vijf meter naar beneden, om daar door een greppel en over de parallelweg te schieten en uiteindelijk in een sloot tot stilstand te komen. Een vriend van de 23-jarige die op de achterbank zat, kwam op het wegdek terecht en raakte in coma. Hij moest met spoed per ambulance naar het VU Ziekenhuis in Amsterdam.

K. zelf liep bij het ongeval een driedubbele beenbreuk op. Zijn vriendin brak haar arm op drie plekken en had een slagaderlijke bloeding. In het bloed van K. bleken sporen te vinden van wat alcohol en cannabis, maar volgens de Wervershover was dat nog van een dag eerder.

Voor de rechters vertelde de verdachte dat het vriendengroepje die avond met de auto, die van een vriendin was geleend, naar andere vrienden wilden. Zijn zwangere vriendin had een rijbewijs, maar zij werd plotseling misselijk. Daarop besloot K. te rijden. Het Openbaar Ministerie had daar geen begrip voor. De aanklacht luidde dat hij die avond een serieus eenzijdig ongeluk veroorzaakte waarbij zijn inzittenden en hijzelf flinke verwondingen opliepen.

De officier van justitie zag geen reden om een lagere straf te eisen dan de richtlijnen, omdat hij later nog eens werd betrapt terwijl hij zonder rijbewijs op een scooter reed. De officier en de rechters kregen geen uitleg hoe het kon dat hij na het zware ongeval, dat voor hem een traumatische gebeurtenis moet zijn geweest, opnieuw in de fout ging.

Volgens advocaat Terlingen, die de verdachte bijstond, was er sprake van 'een ongelukkige fout’. Hij stelde dat het rijgedrag van zijn cliënt niet zo gevaarlijk was dat daarmee het ongeluk volledig te verklaren is, en pleitte daarom ervoor om hem grotendeels vrij te spreken van de aanklacht. Op 7 juni horen de advocaat en de verdachte of dat wordt gehonoreerd, want dan is volgens het NHD de uitspraak.
Pin It