‘Over smaak valt niet te twisten’, hoor je vaak. ‘Het is maar net van welke kant je het bekijkt.’ De laatste uitspraak is zeker van toepassing op de binnenstad van Alkmaar. Wie de stad vanaf de zuidkant  binnenrijdt is direct verkocht. Rechts de statige huizen aan de Kennermerstraatweg, links de Alkmaarderhout. Even verder de oude stadswal, de molen van Piet. En kijk je daar met een schuin oog langs dan lonkt de oude stad je tegemoet. Schitterend. Niks meer aan doen. Rijd je de stad vanaf de andere kant binnen, Overstad, het Noordhollandskanaal, de Kanaalkade, dan wrijf je als argeloze bezoeker om geheel andere reden de ogen uit. Je vraagt je af: ben ik nu in Alkmaar beland of in de voormalige DDR?

Fletse gebouwen en rommelige wegen lijken er lukraak neergekwakt. Alsof onze lieve heer vijf dagen op de zuidkant heeft gezwoegd waarna hij tot zijn schrik tot de ontdekking kwam dat hij voor de rest nog maar een schamel dagje over had. Je kijkt nog eens goed rond, het woord ‘goedkoop’ nestelt zich in je hoofd en wil er niet meer uit. Het zit hem in grote dingen, foeilelijke parkeergarages, voortrazend verkeer, afgebladderde winkelpanden, maar ook in kleine. Neem het materiaal gebruik. De gehele kade van het Noorhollandskanaal is letterlijk gegoten in grauw grijs beton.

Vergelijk de aanblik die dit oplevert  eens met de kades in een nieuwbouwwijk als Amersfoort Vathorst. Een waterrijke wijk die vanaf het allereerste begin karakter heeft, simpelweg omdat men er voor gekozen heeft de kades er niet in beton te gieten, maar ‘ouderwets’ op te metselen. Loop door deze wijk en er nestelt zich een heel ander woord in je hoofd: ‘kwaliteit’. Wie is nu verantwoordelijk voor deze verschillen? Dat zijn wij zelf. Wij kiezen met elkaar de Alkmaarse  gemeenteraad en die beslist wat en hoe er gebouwd wordt in deze stad. 

Maar dan komt het addertje onder het gras.Omdat volgens de gemeenteraad ‘over smaak nu eenmaal niet te twisten valt’ heeft ze de vragen wat mooi is en wat niet, wat kwaliteit heeft en wat niet, gedelegeerd aan een ‘welstandscommissie’ vol met mensen die voor het beantwoorden van deze vraag hebben doorgeleerd. ‘Ik vind het er foeilelijk uitzien, maar daar gaan wij hier niet over’, heb ik de raad de afgelopen jaren menigmaal horen verzuchten. Maar waarom eigenlijk niet? Als gemeenteraadsleden ergens op worden aangesproken, dan is het wel op ‘mooi’ en ‘lelijk’. En dat de stad opknapt van het aan deskundigen uitbesteden van deze vraag valt aan de waterkant in ieder geval niet af te zien. Laten we de daarom de koe zelf weer bij de horens vatten. De stad is van ons, wat mooi of lelijk is maken we zelf wel uit. Weg met die domhoudende ‘Over smaak valt niet te twisten’  kluitje in het riet redenering uit het jaar nul. Over smaak moet je juist twisten. Anders wordt het een rotzooitje.

 

Gert-Jan Leerink