Eindelijk is de nieuwbouw tegenover het stadskantoor dan toch klaar. Luxe appartementen zijn het geworden. Mooi pand. Vergeten is krakersbolwerk ‘De Raad’ dat op deze plek jarenlang de uitvalsbasis was voor jonge mensen die iets wilden in de stad. Iets anders wilden. Vroeg of laat duikt in iedere stad de discussies over ‘culturele broedplaatsen’ weer op. De Raad verdween, Hal 25 en  project 072 dienden zich aan, en altijd loopt de  discussie over culturele broedplaatsen langs een vast patroon. Ik maakte het voor het eerst mee in Zwolle, waar ik met de gemeenteraad aldaar op bezoek was bij bewoners van ‘De oude ambachtschool’.  

Deze karaktervolle oude school, met daarin 40 werkplekken voor kunstenaars en kleine ambachtelijke bedrijfjes, was eigendom van een projectontwikkelaar die zijn plannen voor een duur appartementen-complex verstoord zag worden door de geluidshinderwet. Het spoor van Zwolle naar Groningen dat zich in een flauwe bocht om het pand heen krult bleek een niet te nemen hindernis. Na jarenlange leegstand namen  kunstenaars bezit van de school, en knapten deze tot groot genoegen van de omliggende buurtbewoners met eigen geld en handen op. Maar de projectontwikkelaar had natuurlijk andere plannen. Geen appartementen in het complex, dan maar luxe kantoren, want aan kunstenaars valt voor heren met geld geen derde auto te verdienen. En daarom waren wij, de  politici gekomen. Vol goede bedoelingen. De afgelopen weken hadden we met de buurtbewoners gesproken. De stukken er nog eens bij gepakt. Na veel wikken en wegen hadden we ‘de functie van het initiatief benoemd’ en deze functie vervolgens in een commissievergadering als ‘waardevol’ erkent.

De hele discussie werd vervolgens netjes door het ambtelijk apparaat opgetekend in een nota, want er moest natuurlijk wel worden ‘ingekaderd’: De oude onveilige troep zou worden vervangen door een nieuw gebouw, met een echt bestuur, centrale verwarming, en professioneel beheer. Wat zullen ze blij zijn! Er werd deze middag veel gepraat maar weinig verstaan. De politici waren zichtbaar teleurgesteld: Er was helemaal geen vreugde onder de kunstenaars. Men wilde helemaal geen nieuw gebouw, bestuur of centrale verwarming, en al helemaal geen betaalde beheerder. Dit alles zou het leven van geven en nemen in de gemeenschap ernstig ontregelen. Het enige wat de gebruikers van het pand wilden was rust en ruimte. Ze werden boos, zeiden dat  hun droom in goede bedoelingen werd gesmoord met een stem waarin op voorhand de heimwee doorklonk. Zoals bij kinderen die spreken over het eens spannende braakliggende stukje grond in de wijk, voordat de gemeente het landje omheinde, egaliseerde, van doelpalen en wipkip voorzag en het bord ‘speeltuin’ boven het hek timmerde.

Nederland wordt vol gepland. De tekentafel regeert. Het kleinste stukje grond is bestemd en beschreven. Nergens meer een plek om te verdwijnen. ‘Je hebt het niet van mij, maar daar over het spoor staat een prachtige lege fabriekshal’, fluisterde de verantwoordelijk wethouder een van de kunstenaars toe. ‘Als jullie die kraken moet ik natuurlijk protest aantekenen, maar kunnen jullie wel weer vijf jaar vooruit…’

Gert-Jan Leerink